Arie en Kerstin hopen dat hun drijvende ‘piepschuimtuin’ cultureel erfgoed wordt.

Hoe kan het dat de tuin van sommige mensen zo veel mooier is dan die van andere? Bijvoorbeeld de drijvende tuin van Kerstin en Arie.

Arie Taal en Kerstin Eriksson (beiden 72) wonen in Amsterdam, hun tuin is 100 m2.

Dus uw tuin drijft?

Arie: ‘Wat een goed idee, dacht ik toen ik dit voor het eerst zag bij Robert Jasper Grootveld, mijn buurman die net als ik kunstenaar was. In een land waar het risico op verdrinking reëel is, is het toch handig om plekken te maken die niet kunnen zinken? En piepschuim, weten we na 35 jaar, zinkt echt niet.’

Dat is alles?

‘Piepschuimblokken met daaroverheen steigerdoek, bijeengehouden door aan elkaar geknoopte visnetten; alles hergebruikt. Dat is het. Als je een laagje aarde tussen de blokken stort, komen de bloemen vanzelf. ‘Wat is dit voor geks?’, vroeg de waterpolitie eens. ‘Dit is officieel een drijvende inrichting’, zeiden we. Ze vielen bijna van hun stoel van het lachen en voeren door.’

Staan zelfs de bomen op piepschuim?

Kerstin: ‘Ja, maar verder naar de randen toe is de aardelaag dieper en sommige planten staan in bakken. Niet alles doet het even goed, maar de vlinderstruik, de artisjokken, de rozemarijn en het koninginnenkruid floreren. Je moet de natuur z’n gang laten gaan, er tegenin werken heeft geen zin. Ik heb hier honderden planten geprobeerd. Radijsjes kunnen bijvoorbeeld niet tegen het water uit de gracht, dat is te zout, maar mijn koriander doet het heel goed – met een netje erover tegen de eenden.’

Arie: ‘Sinds Kerstin er is, wordt het ieder jaar wilder en mooier.’

Kerstin: ‘We hebben elkaar twaalf jaar geleden ontmoet, ik paste op Arie’s huis toen hij op reis ging. Vorig jaar zijn we getrouwd. We zijn hier bijna elke dag, ’s winters zitten we binnen in het huisje met de houtkachel en een boek. Dan vaart de hele wereld voorbij.’

Arie: ‘Koop een boot, werk je dood. Terwijl hier: ideaal voor luie mensen.’

U moet wel over het hek van de kade klimmen om er te komen.

Arie: ‘De buurt zit dan te kijken: haalt-ie het of niet? Een keer of zes ben ik erin gevallen.’

Wat als u ouder wordt?

Arie: ‘De scheepswerf hiernaast is verkocht, er zijn nu plannen voor een groot appartementencomplex met een jachthaven erbij. Ik ben Amsterdam dankbaar dat deze tuin altijd is blijven bestaan, we hopen dat hij cultureel erfgoed wordt. We zijn allemaal sterfelijk, maar dit eiland kan ons overleven, dat is nu wel duidelijk.’

Hortensia

Kerstin: ‘Ik heb hem overgenomen van een vriendin die ziek werd. Ze is overleden, maar de hortensia is helemaal opgebloeid. Ik vind het een mooie herinnering.’

Wilg

Kerstin: ‘Gegroeid op de moederkoek van Arie’s kleindochter.’

Huisje

Arie: ‘De piepschuimblokken in het huisje heb ik gekregen van een Deense vrouw, Ina. Als eerbetoon aan kunstenaar Jasper Grootveld én omdat mijn moeder Jasperina heette, heb ik het huisje Jesperina genoemd.’

Kastanje

Kerstin: ‘Ach, onze arme kastanje. Hij is aan komen waaien en groeit als een klein scharminkel.’

Red de bij

Kerstin: ‘Of het nu onkruid is of bloemen, plant iets waar die arme bijen wat aan hebben. Ze hebben het zo hard nodig, zeker nu.’

Kijk om je heen

‘Weten welke soorten aan zullen slaan in de tuin, is makkelijk: je hoeft alleen maar te kijken wat er in de buurt groeit.’

Gebruik geen chemicaliën

‘Misschien blijven de planten wat kleiner, maar chemische kunstmest of plantengroeimiddel kan echt niet meer.’